oktober 4, 2026

Spelregels zaalvoetbal (Liga Keerbergen)

Zaalvoetbal is een populaire sport die wordt gespeeld in een zaal op een hard, vlak oppervlak. Hoewel het veel overeenkomsten heeft met het reguliere voetbal, zijn er enkele belangrijke regels die specifiek zijn voor zaalvoetbal. Hier is een overzicht van de belangrijkste regels:

1. Speeltijd

  • Een zaalvoetbalwedstrijd bestaat meestal uit twee helften van 25 minuten, met een korte pauze van 10 minuten tussen de helften. In sommige gevallen kunnen wedstrijden korter of langer zijn, afhankelijk van de competitie of het niveau van het spel.

2. Aantal Spelers

  • Elke ploeg bestaat uit 5 spelers, inclusief de keeper. Dit kan variëren afhankelijk van de competitie, maar 5 tegen 5 is de meest gebruikelijke opstelling.

3. De Bal

  • De bal in zaalvoetbal is kleiner dan de traditionele voetbal, met een diameter van ongeveer 62-64 cm. Dit zorgt ervoor dat de bal minder stuitert, wat het spel beter geschikt maakt voor de zaal.

4. De Speelvelden

  • Het speelveld is veel kleiner dan een regulier voetbalveld en is meestal 25-42 meter lang en 16-25 meter breed. De lijnen zijn duidelijk gemarkeerd en de doelen zijn meestal 3 meter breed en 2 meter hoog.

5. De Keeper

  • De keeper mag niet verder dan de middenlijn van het veld komen, behalve in geval van een uitbal of bij een opzet van het spel. De keeper heeft een speciale taak en mag de bal met de handen aanraken, maar alleen binnen het eigen strafgebied. Er mag ook maar 1 keer terug gespeeld worden naar de keeper buiten als de bal over de middenlijn is geweest of aangeraakt wordt door de tegenstander

6. Ingooi

  • In plaats van een traditionele inworp, wordt de bal ingegooid met de handen wanneer deze over de zijlijn is gegaan. Dit moet snel gebeuren, binnen 4 seconden na het verlies van de bal.

7. Fouten en Strafschoppen

  • Zaalvoetbal kent een strenger straffen systeem voor overtredingen. Na vijf teamfouten (zoals duwen, vasthouden, en buitenspel) in één helft, wordt de zesde overtreding bestraft met een zogenaamde “strafworp” (vrije trap van de stip, zonder muur).
  • Normale vrije trappen moeten snel worden genomen en mogen niet worden belemmerd door de tegenstander.

8. Buitenspel

  • In zaalvoetbal geldt er geen buitenspel, wat het spel sneller en dynamischer maakt.

9. Substitutie

  • Wisselen in zaalvoetbal kan onbeperkt, maar moet snel gebeuren en binnen een speciaal aangewezen wisselvak. Spelers mogen het veld alleen betreden wanneer de speler die zij vervangen het veld volledig heeft verlaten.

10. Het Spel Snel Maken

  • Zaalvoetbal benadrukt snelheid, zowel in de beweging van de bal als de spelers. Er zijn strikte regels voor tijdslimieten bij vrije trappen en inworpen, waardoor het spel voortdurend in beweging blijft.

11. Discipline en Gedrag

  • Net als bij andere sporten is het belangrijk om sportief en respectvol te zijn. Onterecht gedrag, zoals agressie of het gebruik van beledigende taal, kan leiden tot kaarten (geel of rood) en uitsluiting van de wedstrijd.